Het echte beginpunt van deze technologie ligt verder terug in de tijd dan je zou denken. In de jaren
60 van de vorige eeuw werd voor doeleinden in de ruimtevaart een eerste VR-bril ontwikkeld. Dit
initiatief kwam echter niet van de grond, te wijten aan verschillende factoren. Het gebrek aan
computerkracht en ondermaatse grafische kwaliteit, de afmetingen en het gewicht van de bril en het
gebrek aan content en manieren om content te creëren waren de voornaamste redenen die dit falen
verklaren.
Vanaf dan is het lang wachten tot fase twee, in een periode die minder ver in het collectieve geheugen
is gegrift: de introductie van de smartphone begin jaren 90. Door de opkomst van de slimme telefoon
hebben meer mensen continu een behoorlijk sterke computer op zak. En meer minicomputertoestellen in de wereld, betekent meer mogelijkheden op die toestellen. De opmars van
AR/VR zit dan ook plots in een stroomversnelling.
Wikitude Augmented Reality is een voorbeeld uit deze periode dat vaak wordt aangehaald. Deze
virtuele reisgids kon in 2009 al beelden van toeristische trekpleisters interpreteren en er bijkomende
informatie aan toekennen die dan bovenop het scherm van je smartphone wordt getoond. Enkele
jaren later wordt Ingress gelanceerd, een AR-game waarin je virtueel van portal naar portal gaat door
in de echte wereld te bewegen. Deze game vormt ook de basis van Pokémon Go, de allereerste
wereldwijde AR-hit die in 2015 werd gelanceerd.
Ook op vlak van hardware brengt de komst van de smartphone schot in de zaak. Vooral Google maakt
gebruik van toestellen die we toch al kopen en rust ze uit met extra AR-features. Eerst met het AR
computing platform Google Tango (2014) waarvoor je een specifieke smartphone moest aanschaffen,
later met ARcore (2017) dat ook toegankelijk is voor standaardtoestellen. Apple blijft natuurlijk niet
achter en komt met ARkit, een AR-framework waarmee developers aan de slag kunnen.
Verder experimenteerde Google ook met de Google Glass: een brilmontuur dat je extra informatie
geeft over je omgeving. Ondanks een grootse lancering in 2012, stierf de Glass al snel een stille dood
wegens technologisch niet op punt en een gebrek aan publieke acceptatie.
Ook Microsoft zet – vooral – in op de brillenmarkt en brengt in 2016 de HoloLens uit. Geen montuur
zoals de Glass, maar een echte head-mounted display zoals dat heet. De HoloLens draait op een
Windows 10-computer met holografische rekenkracht. Het tovert naadloos een interactief 3Dhologram in je gezichtsveld, bovenop elke fysieke omgeving waar je naar kijkt. Het betreft immers
een see-through display
